Donker...
“Toen dan de overpriesters en de dienaars Hem zagen, schreeuwden zij: Kruisig Hem, Kruisig Hem! Pilatus zei tegen hen: Neemt u Hem en kruisig Hem, want ik vind in Hem geen schuld.”
“Toen ging Jezus met hen naar een plaats die Gethsémané heette, en zei tegen de discipelen: Ga hier zitten, terwijl Ik daar ga bidden. En nadat Hij iets verder gegaan was, wierp Hij Zich met het gezicht ter aarde en bad: Mijn Vader, als het mogelijk is, laat deze drinkbeker aan Mij voorbijgaan. Maar niet zoals Ik wil, maar zoals U wilt.”
“Daar kruisigden zij Hem en met Hem twee anderen, aan elke kant één, en Jezus in het midden.”
“Toen Jezus dan de zure wijn genomen had, zei Hij: Het is volbracht! En Hij boog het hoofd en gaf de geest.”
“En er was bij de plaats waar Hij gekruisigd was, een hof en in de hof een nieuw graf, waarin nog nooit iemand gelegd was. Daar nu legden zij Jezus vanwege de voorbereiding van de Joden, omdat het graf dichtbij was.”
“Jezus zei tegen haar: Maria! Zij keerde zich om en zei tegen Hem: Rabboeni; dat betekent: Meester.”
“En God zei: Laat er licht zijn! En er was licht.”
“Want zo lief had God de wereld…”
Licht…
De zon verdween in ’t diepst der zee,
nam licht en warmte met zich mee.
Een kille bries en duisternis
op Golgotha, waar Jezus is.
De vogels waren even stil,
Hij riep: “Waarom”, maar ‘t was Gods wil.
Door God verlaten ging Hij heen.
Hij gaf de geest, de hel verscheen.
Maar ’s morgens vroeg, die eerste dag,
Maria zocht terwijl ze zag:
de steen was weg, ze vond Hem niet.
Het graf was leeg, nog meer verdriet!
Toen rees de zon, de kou verdween:
ze hoord’ een stem, keek om zich heen:
was half verblind door haar verdriet,
zag ze het goed, dat kan toch niet?
Meester!