Maagschap…
Genesis 12 vers 1 (SV): “De HEERE had tot Abraham gezegd: Ga gij uit uw land, en uit uw maagschap, en uit uws vaders huis, naar het land dat Ik u wijzen zal.”
Het gaat niet goed met Cora, mij oudste zus. We moeten er rekening mee houden dat haar einde nadert. Al 79 maar dat vindt ‘men’ niet oud meer. Tot voor kort kon ze alles nog en nu ineens… onheilspellende berichten en veel lijden.
Ik ben nu iets aan het ontdekken waar ik geen weet van had. Mijn vader is al 42 jaar geleden overleden en van mijn moeder is het bijna 16 jaar. Soms mis ik ze nog, maar het is wel de natuurlijke volgorde waar je vrede mee hebt. Sommigen van ons leren het in hun kindertijd al: opa’s en oma’s zijn oud en kunnen doodgaan. Dan volgen je ouders, althans zo ‘hoort het’, denken we. Het kan ook anders gaan, dat weten we: wíj bepalen de volgorde niet!
Nu is míjn generatie dus aan de beurt en nu ontdek ik mijn bloedband. Ik koos bewust voor de Statenvertaling, ik vind het een mooi woord: ‘uw maagschap’. Volgens mijn op één na belangrijkste boek: ‘de gezamenlijke bloed-, of bloed- en aanverwanten, syn. Familie.’
Dat komt dichtbij. Nee, dat ís dichtbij! Ik ontdekt nu mijn ‘maagschap’, mijn familieband pas écht! Ik ben de jongste van het gezin en heb daardoor een redelijke kans dat ik alleen overblijf: mijn bloedband, mijn oorsprong, mijn roots zijn aan het verdwijnen!
Mijn moeder kwam uit een gezin van tien. Ze overleefde haar meeste broers en zussen en ik begin nu te begrijpen wat dat betekent! Ze was lichamelijk op, en ze verlangde naar haar thuiskomst, maar ik begin nu te beseffen dat haar lichaam niet de enige reden was.
Maagschap, bloedband… Ik dacht aan een ándere bloedband: Jezus. We hebben het met Goede Vrijdag beleefd: het lichaam, het bloed van Jezus! Díe bloedband,, die reddingslijn is van levensbelang: Pasen, de opstanding!
Nu voor Cora, toch maar uit de HSV, dat leest gemakkelijker: “De HEERE nu zei tegen Abram: Gaat u uit uw land, uit uw familiekring en uit het huis van uw vader, naar het land dat Ik u wijzen zal.”
God spreekt, God róept!
En dat zal zeer doen,
er is nog zo veel,
die bloedband.
En toch:
ga maar, het is goed.
Wij volgen eens,
dat geloof ik,
dat beloof ik,
dat belooft God!