Vakantie…
Psalm 121 vers 3-6: “Hij zal uw voet niet laten wankelen, uw Bewaarder zal niet sluimeren. Zie, de Bewaarder van Israël zal niet sluimeren of slapen. De HEERE is uw Bewaarder, de HEERE is uw schaduw aan uw rechterhand. De zon zal u overdag niet steken, de maan niet in de nacht.”
We hebben de feestdagen weer gehad. We hebben lekker uitgeslapen en weinig uitgespookt, lekker niks: geen werk, geen sleur, geen gezeur, geen stress, rust.
Dan breekt ineens die eerste werkdag in januari aan: vroeg opstaan, gauw eten, de deur uit, in het donker naar je werk, en hopla: je zit na een uur alweer in de maalstroom van alledag, tot… hoelang eigenlijk? Meivakantie? Grote vakantie? Maar dat duurt nog…
Het is niet voor niets dat veel vakanties in januari geboekt worden: de zonnige folders en mooie vooruitzichten geven een sprankje hoop in de donkere dagen na de Kerst.
Maar toch… hoe vaak heb ik het al geschreven: het leukste van vakantie is… het thuiskomen! Na vierenveertig jaar ontberingen door files, kapotte auto’s, ondergelopen campings, overboekingen en lekke banden midden in de nacht is bij ons eindelijk het kwartje gevallen: wekenlang een hoop gedoe en gestress om dat éne gelukzalige momentje, dat thuiskomen te beleven, dat is toch wel erg omslachtig! Dus we hebben een weloverwogen besluit genomen: wij gaan niet meer op vakantie, we blijven gewoon lekker thuis! Wij hebben nu het héle jaar een fijn en rustgevend gevoel: we hoeven níet weg, we blijven gewóón thuis! We gaan eens een dagje weg en verder niks: heerlijk, dat geeft zó’n weldadige rust, het lijkt wel vakantie!
God gaat ook nóóit op vakantie: Hij is er altijd! Dat staat in Psalm 121: God sluimert noch slaapt… in eeuwigheid!
Maar… als jij wél op vakantie moet, voor de kinderen of om welke omstandigheden dan ook: God gaat wél méé op vakantie! Lees maar na in Psalm 139: “Nam ik vleugels van de dageraad, woonde ik aan het einde van de zee, ook daar zou Uw hand mij leiden en Uw rechterhand mij vasthouden.”
Weet je, over vakantie gesproken, ik dacht aan Psalm 23: die vreemde zin in de HSV-vertaling, waar ik altijd over struikel omdat die oude woorden vastgeroest zitten: “Al ging ik ook door een dal vol schaduw van de dood, ik zou geen kwaad vrezen, want U bent met mij…”
Wacht even: “… door een dal vol schaduw van de dood…”
Dat ís de dood!
Ik denk weer eens aan dat éne belangrijke zinnetje in Psalm 121 vers 5: “De HEERE zal u bewaren voor alle kwaad, uw ziel zal Hij bewaren.”
Dat staat ons allemaal te wachten! En we hoeven niks mee te nemen, dus geen gestress: zijn we niks vergeten, want we hoeven níks mee te nemen. Geen getob: kunnen we het vinden, want: “…ook daar zal Uw hand mij leiden…”
Ook in de donkere dagen na de Kerst,
wacht dat éne gelukzalige moment:
dat thuiskomen…
“En Hij zei tegen mij: Schrijf, want deze woorden zijn waarachtig en betrouwbaar.”
“En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan. En de zee was er niet meer.”
Kortom:
Grote Vakantie!