Oud en nieuw…
Openbaring 10 vers 5 en 6: “En de Engel Die ik op de zee en op de aarde zag staan, hief Zijn hand op naar de hemel, en Hij zwoer bij Hem Die leeft in alle eeuwigheid, Die de hemel heeft geschapen met wat daarin is, de aarde met wat daarop is en de zee met wat daarin is, dat er geen tijd meer zou zijn.”
Wat ís tijd eigenlijk? Drie weken vakantie lijken soms sneller te gaan dan een kwartier in de wachtkamer van de specialist. Ooit schreef ik voor een 40-jarig huwelijksjubileum: “Veertig jaar lijkt veertig dagen, vier minuten soms een jaar.”
Wij hebben uren en dagen en jaren bedacht die met de draaiing van de aarde en andere hemellichamen te maken hebben, maar dat zijn menselijk vastgestelde standaards. We kunnen tijd meten, bij schaatswedstrijden zelfs tot 1/100 seconde nauwkeurig. God heeft een andere tijdrekening, of… hééft God eigenlijk wel een tijdrekening? Als je de Bijbeltekst hierboven leest… en als we sterven, dan zijn we ‘uit de tijd’, dus…?
Tijd, wat zegt van Dale erover? Anderhalve bladzijde! Ik pik de eerste twee definities eruit: ‘tijd is de voortgang en opvolging van gebeurtenissen…’ De tweede: ‘schema van verdeling en benoeming van de voortgang van regelmatig terugkerende astronomische verschijnselen als maatstaf…’ Die laatste komt dus dicht bij mijn uitleg over draaiing van de aarde en zo.
Ik denk aan de relativiteitstheorie van Einstein: dat gaat over tijd, snelheid en ruimte. Volgens Einstein zou de tijd stilstaan bij de lichtsnelheid. Einstein was een héél knappe kop. Hij begreep er een piepklein beetje van. Ik begrijp er véél minder van. Dat hoeft niet en dat wíl ik ook niet, dat mógen we niet eens, lees maar eens na over de torenbouw van Babel. Ik denk met mijn simpele verstand: als God het maar begrijpt, dan komt het wel goed!
In 2 Petrus 3 vers 8 staat: “Maar laat vooral dit u niet ontgaan, geliefden, dat één dag bij de Heere is als duizend jaar en duizend jaar als één dag.” Dus eigenlijk zoals in de begintekst: ‘géén tijd’!
Jezus komt terug, je leest vaak dat Zijn terugkomst niet lang meer zal duren, maar we wachten al tweeduizend jaar! Soms denk ik: Hij komt toch wel?
In Markus 13 vers 32 zegt Jezus: “Maar die dag en dat moment is aan niemand bekend, ook aan de engelen in de hemel niet, ook aan de Zoon niet, maar alleen aan de Vader.”
Er zijn al diverse datums gepasseerd over tijdstippen waarop ‘het’ volgens sommige
bijdehandjes zou gebeuren, maar dat is dus niet aan ons, Jezus weet het niet eens!!
Mattheüs 24 vers 44: “Weest ook u daarom bereid, want op een uur waarop u het niet zou denken, zal de Zoon des mensen komen.”
Het is niet leuk om de laatste bladzijde te lezen voordat je aan een boek begint: dan is de spanning eraf, want dan weet je hoe het afloopt. Het leven kan wel eens zó spannend zijn dat je het beter maar wél kan doen: zo nu en dan het slot van de Bijbel lezen, dan wéét je het maar weer: de laatste twee verzen in de Bijbel: “Hij Die van deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom spoedig. Amen. Ja, kom, Heere Jezus! De genade van onze Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.”
Dus… eens, op Zijn tijd…
Wij gaan met oud en nieuw gewoon om half elf naar bed, ook dan wordt het vanzelf nieuwjaarsdag en zijn we die eerste dag van het nieuwe jaar ook nog een beetje mens.
Wij proosten dan op ‘de jaarwisseling’ die toch weer een jaar dichterbij gekomen is:
het échte Oud en Nieuw!