Geniet…
Prediker 3 vers 12-13: “Ik heb gemerkt dat er voor hen niets beter is dan zich te verblijden en het goede te doen in hun leven, ja ook, dat ieder mens eet en drinkt en het goede geniet van al zijn zwoegen. Dat is een gave van God.”
‘Gewoon’ geluk uit mijn kindertijd: heel vroeg in de ochtend deed mijn vader het restant koffie van de vorige avond in de melkkoker, goot er een scheut gesteriliseerde melk bij en warmde dit op. Ik dronk dat brouwsel ook en ik kan me niet herinneren dat ik het vies vond. Het was samen, het was veilig, het was intiem, het was goed. Daarna zat ik op mijn knieën voor de ingang van de machinekamer en keek toe hoe Pa de oude gloeikop Kromhout warm stookte, smeerde, op stand tornde en ‘op gang gooide’: tss - POF-bof-bof-bof-bof… Ik zie, ik hoor, ik ruik, ik vóel het nog, maar toch is het ongrijpbaar. Heimwee? Soms wel, maar altijd: dankbaarheid! En: er is overal een tijd van, zo lezen we in Prediker drie, maar toch…
Een tijdje geleden heb ik het boek Prediker ontdekt: wat maken we ons druk over allerlei onbenulligheden, hoe sloven we ons uit en tobben we over werk, aanzien, bezittingen, prestaties! Dat alles is ijdelheid der ijdelheden, zo staat er in oudere vertalingen. Prediker leert ons dat we best eens achterover mogen leunen en mogen genieten van de zegeningen die we hebben. Onze calvinistische inslag komt daartegen in opstand, want we moeten hard werken en sober leven: géén (culinaire) uitspattingen en al helemaal niet genieten, want…
Weet je: als ik aan dat verhaaltje van mijn kindertijd denk, dan heb ik van één ding spijt: ik heb er niet bewust van genoten, wist ik veel, ik was nog maar een kind, ik dacht dat geluk zo hoorde, sterker nog: ik wist niet eens dat het geluk wás! Geluk ís niet vanzelfsprekend, dat had ik in mijn wat latere kinderjaren al door, maar toch is er ook nu nog veel te genieten! En dat maakt het leven zoveel mooier, want wat komt er dan vanzelfsprekend van genieten? Dankbaarheid, of andersom, dat doet er niet toe, dat is de sleutel tot geluk!
Vandaag de dag zie je juist steeds meer ondankbaarheid. Kijk naar de corona, wat vindt ‘men’ ervan? “Die maatregelen moeten nu maar eens afgelopen zijn, dat blijft maar duren, wij hebben het ermee gehad!” Hoe dom, hoe kortzichtig, hoe egoïstisch is dit allemaal!
Maar nee, nu wijs ik weer naar een ander, ik bedoel jou en mij! In dankbaarheid kun je genieten, zoals Prediker uitlegt. Met ondankbaarheid verziek je je eigen leven en dat van je naasten! Ik las eens van iemand uit een arm Zuid-Amerikaans land: “Wij hebben bijna niets en we zijn voor alles dankbaar. Jullie hebben alles en ik hoor alleen maar klagen!”
Mijn moeder had vroeger een pick-up. Nee, geen stoer vierwiel-aangedreven monster, maar een platenspeler op batterijen. In het begin had ze één elpee en er klonk onder andere: “Tel uw zegeningen een voor een, tel ze allen en vergeet er geen.” Zegeningen kun je niet verdienen, je hebt er geen recht op, je moet ze in dankbaarheid grijpen uit Gods gulle hand!
Dankbaarheid en genieten horen bij elkaar, versterken elkaar, maken ons gelukkiger. Ik lees in Kolossenzen 3 vers 15: “En laat de vrede van God heersen in uw harten, waartoe u ook in één lichaam geroepen bent; en wees dankbaar.”
Dit vers komt uit een stukje waarboven staat ”De oude en de nieuwe mens”. Je moet dat stukje lezen: Kolossenzen 3 vers 5-17. Daar staat nogal wat, laten we dat eens nastreven!
Er wordt één lichaam genoemd, dat gaat over Jezus Christus.
Alleen met Hem kunnen we dat waarmaken,
maar begin nu eerst eens met dankbaarheid.