Herfst…
Psalm 146: 5a Statenvertaling: “Welgelukzalig is hij, die den God Jacobs tot zijn Hulp heeft.”
In de voorjaarsvakantie hadden we twee kleinzoons een dag te logeren: Milan van zeven en Luuk van vier. Prachtig, we genieten ervan! Maar je merkt wel dat je ouder wordt: ‘s avonds waren we er moe van. Die middag deden we op een buitenplein bij Oceanco tikkertje en wij kwamen tot de onthutsende conclusie dat Milan echt te vlug voor ons was, wij kregen hem niet te pakken! Tja, we verkeren in de herfst van ons leven, dat is nu eenmaal een feit. Dat wisten we al, maar zo nu en dan wordt het eens extra ingewreven! Erg? Nee!
Wij kregen onlangs, nog voor ons veertigjarig huwelijksfeest, een écht schilderij, wat zeg ik? Echt een práchtig schilderij! We zijn inmiddels 42 jaar getrouwd, maar och, wat is twee jaar nou op de eeuwigheid, want dat staat er ook op afgebeeld. En bovendien: één dag is bij de HEERE als duizend jaar en duizend jaar als één dag. Het kunstwerk hangt in de gang tussen de kamer en de werk- en computerkamer, daar lopen we per dag honderd keer langs en ik moet er steeds even naar kijken.
Wijzelf zijn op dat schilderij afgebeeld, al wandelend op de dijk, maar vooral ook wandelend in ons leven: in de verte zie je onze flat en daarachter… de zon! Het Licht van die zon, achter onze flat, we hopen en bidden: als het mag geen ander adres meer tussen die flat en die laagstaande zon…
Is die zon ondergaand of opkomend? Wat ons betreft komt hij op, toch? Maar hoe dan ook: die zon staat laag. Als fotoamateur weet ik hoe ze dat noemen: het uur vanaf zonsopkomst en het uur voor zonsondergang: ‘the golden hour’, ofwel het gouden uur! Wij leven in dat gouden uur, zonsopkomst of zonsondergang, wat doet het ertoe?
Dat schilderij geeft dan ook de herfst van ons leven aan: de kleuren worden warmer en rijker tijdens dit gouden uur en dat zie je op dat schilderij terug!
Niet alles ging tijdens ons huwelijk van een leien dakje, bij wie wel? Maar toch: de glans van dat gouden uur was altijd zichtbaar! In onze trouwdienst werd uit de Statenvertaling gelezen, en dat was goed: het staat in geen enkele vertaling zó mooi: ‘welgelukzalig’. Ik hoor wijlen dominee Kleermaker in gedachten nog met een priemende wijsvinger vanaf de preekstoel: “Wél-gelúk-zálig zijn júllie!” Als we die preek nog eens beluisteren, zijn we verbaasd hoeveel die dominee voorspeld heeft! Nee, dat was natuurlijk níet ‘die dominee’…
Ik heb zelf bij wijze van lijst een touw om het schilderij gemaakt. Dat touw is minstens 60 jaar oud, met drie strengen: “Een drievoudig snoer wordt niet snel gebroken.” Onder het schilderij komen de twee uiteinden samen in een knoop. Daar had dominee Kleermaker het ook over: hoe harder er aan die knoop getrokken wordt, hoe vaster hij gaat zitten!
De brug van Alblasserdam zie je ook: dat symboliseert de verbinding: tussen elkaar en tussen ons en God. Ja, de brug staat weleens even open, maar die verbinding komt steeds terug!
Wij wandelen intussen verder, de Zon tegemoet. Er zit nog veel meer symboliek in dat schilderij, dat wil ik niet allemaal prijsgeven.
Met dank aan God,
maar ook aan jou,
lieve schilderes,
een schot in de roos!
Wél-gelúk-zálig zijn wij…
het gouden uur!