De Korenmaat…
Mattheüs 5 vers 14-16: “U bent het licht van de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen zijn. En ook steekt men geen lamp aan en zet die onder de korenmaat, maar op de standaard, en hij schijnt voor allen die in het huis zijn. Laat uw licht zo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken zien en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.”
Het is zover, ik heb het eerste boek in mijn handen! Toch even raar: is het écht zo? Ja dus! Een heel karwei, ik zal er intussen toch wel een jaar of vijf mee bezig geweest zijn, maar ook weleens een paar maanden niet, soms kón ik het niet. Alles bij elkaar heb ik het minstens tien keer gelezen, er komt veel bij kijken voordat je het eerste exemplaar onder ogen krijgt.
Ik ben een bescheiden mens, al zeg ik het zelf, maar nu voel ik toch wel enige trots. Het schrijven is goed voor mezelf: het helpt me om mijn gedachten en gevoelens te ordenen en te begrijpen, ook in verband met mijn depressieve neiging en altijd in relatie met mijn geloof. Zo hoop ik dat het ook anderen mag helpen. Ik ben niet zo protserig ingesteld, in tegendeel: ik blijf liever op de achtergrond, maar ik wil dit wel uitdragen, ik wil jou en anderen ermee helpen. Je hoort altijd van medemensen met wat voor ziekte of ellende dan ook, dat het goed is om te weten dat je niet de enige bent met een bepaalde rampspoed: ‘gedeelde smart is halve smart’, maar dat geldt ook voor huis-tuin en keuken-aangelegenheden en geloofszaken. Juist herkenning bij elkaar is zo belangrijk: “Echt, heb jij dat ook?” Daarom moet ik mezelf passeren, het commercieel bekijken en dit boek zo goed mogelijk aan de man brengen. Dus: geen eigenbelang, niet voor mijn persoonlijke eer! Nou ja, het is wel leuk natuurlijk, zeg maar een mooie ervaring, het is goed voor mijn zelfvertrouwen.
Jezus heeft het erover in de Bergrede, je hebt het hierboven gelezen: we moeten uit onze comfortzone komen en Zijn naam verbreiden: wij zijn het licht der wereld! Ja, dat staat er!
Weet je, ik ben niet zo’n prater, maar op papier weet ik aardig uit mijn schulp te kruipen. Iedereen heeft zijn gave gekregen, lees maar na in 1 Petrus 4 vers 10 en 11a: “Laat ieder de anderen dienen met de genadegave zoals hij die ontvangen heeft, als goede beheerders van de veelsoortige genade van God. Als iemand spreekt, dan als iemand die de woorden van God spreekt; als iemand dient, dan als iemand die dient uit kracht die God schenkt; zodat God in alles verheerlijkt wordt door Jezus Christus.”
In Psalm 30 vers 13 kwam ik het volgende tegen: “Daarom zal mijn eer voor U psalmen zingen en niet zwijgen. HEERE, mijn God, voor eeuwig zal ik U loven.”
Dus het mág, nee, het móet zelfs: lekker stoer, net als David, weet je nog? Voor onze God opkomen!
Ik stap nu over mijn schaduw heen:
het moet eigenlijk wel: mijn boek: promoten. Om Jezus’ wil!
Ik laat mijn licht schijnen.
Je kunt het gewoon bij jouw boekhandel bestellen:
Aad van der Klooster “Het kielzog van mijn Vader” ISBN: 9789464680560 Uitgever Boekscout.
Maar mijn eigen boek bij anderen aanprijzen?
Dat moet jij dan maar doen.
Maar bedenk wel: 1 Petrus 4 vers 11b: “Hem komt de heerlijkheid en de kracht toe, tot in alle eeuwigheid. Amen.”